
'Mijn vader zegt dat wij levens redden' wint op 12 oktober de Deutsche Jugendliteraturpreis!
De Duitse vertaling 'Wir retten Leben, sagt mein Vater' is uitgegeven bij Carlsen Verlag.
Het boek dat hier al de Prijs Knokke-Heist beste jeugdboek won in 2004 en door het Rotterdams productiehuis 'Revolver' verfilmd wordt, moest opboksen tegen vijf andere nominaties in de categorie Jugendboek.
De andere nominaties waren: 'Meisterwerk' van Frank Cottrell Boyce (Eng.), 'Wenn er kommt, dann laufen wir' van David Klass (Eng.), 'Paradiesische Aussichten' van Faïza Guène (Fr.), 'Ein reiner schrei' van Siobhan Dowd (Eng.) en 'Liebeslinien' van Marjaleena Lembcke.
De uitreiking gebeurde op 12 oktober 07 op de grootste boekenbeurs ter wereld, Frankfurt.
Do won deze prijs samen met Andrea Kluitmann die de voortreffelijke vertaling voor haar rekening nam. (zie foto)
'Zangzaad' het nieuwste jeugdboek (15+) van Do Van Ranst. Het is een roman die erg geschikt is om als theaterstuk te brengen. Het is ook zo opgevat. Het verhaal bestaat uit twee monologen en een (zeer actieve) dialoog tussen broer en zus.
Dit is de flaptekst:
…Mijn moeder liep niet alleen uit de hand. Ze at er ook uit. Apennoten, kattenkorrels, zangzaad.
Zolang ze maar niet gaat vliegen, had mijn vader een keer gezegd. Zolang ze maar niet uit een boom springt, of van het dak.
Een week voor ze het echt deed, zei hij dat. ‘Ik houd mijn hart al vast’, zei hij. En hij nam mijn broer en mij stevig in zijn armen, alsof wij zijn hart waren. Dat was een fijn moment.
zangzaad. We hadden het moeten zien aankomen. Ze at zangzaad, die ochtend. …
Livio en Dakota.
Broer en zus, wereldreiziger en woesteling met elk hun eigen herinnering. Elk hun eigen versie.
Als ze samen aan tafel zitten, armworstelen ze. Of ze praten over hun moeder en de dieren en de dingen die ze was.
Gekte.
Een verhaal zonder leeftijd dat tevens een theatertekst is.
Ook nieuw: 'Met je vinger in je neus'. Een boek over etiquette voor kinderen dat Do schreef met Stefaan Van Laere.
Sinds juni ligt er een nieuw kinderboek in de rekken!
'Morgen is hij weg.' Over Lena wiens ouders uit elkaar gaan.
Ze weet niet echt hoe ze zich daar precies bij moet voelen. Verdrietig? Want dat verwachten mensen toch. Maar Lena voelt het niet. Eerder denkt ze na hoe haar papa die laatste dag in huis gaat vullen. Zal hij heel de tijd dingen doen waarvan hij denkt dat zij het leuk vindt?
En kan je verdrietig zijn als je je pa eigenlijk niet echt kende omdat hij er haast nooit was?
Hier alvast een fragmentje:
2.
Morgen is hij weg.
Lena herhaalt het zinnetje wel tien keer na elkaar in haar hoofd. Twintig keer. Dertig keer. Honderd!
Ze houdt maar beter op, want hoe meer ze erover nadenkt, hoe minder ze lijkt te begrijpen wat die vier woorden nu eigenlijk betekenen.
Morgen
is
hij
weg.
Zelfs elk woord afzonderlijk is vreemd.
Of de woorden door elkaar:
Weg
morgen
hij
is.
Raar, denkt Lena. Een halfuur geleden was de ochtend er een zoals alle andere zaterdagochtenden. Een ochtend met broodjes, koffie, melk, jam en roereieren. Cornflakes voor Stef, want er zitten voetballers in de verpakking.
Mama in badjas en papa al in zijn kleren, want hij staat altijd erg vroeg op om de vogels te horen ontwaken. Elke ochtend weer.
Stef heeft zijn voetbalshirt aan omdat hij straks naar de training gaat. In dat shirt zou hij zelfs gaan slapen.
Papa met zijn neus in de krant.
Het raampje boven de gootsteen op een kier. Of het nu zomert of wintert.
‘Jullie zullen wel een heleboel vragen hebben’, zegt mama. Ze kijkt indringend naar Lena en Stef. Lena wordt haast ongemakkelijk van de rode takjes. Het bloederige wandelpad in haar ogen.
Ze sluit haar eigen ogen en denkt: morgen is hij weg.
Ze denkt het traag, in de hoop dat ze op een vraag komt die past bij zo’n zin. Maar dat gebeurt niet. Dan opent ze haar ogen.
De enige vraag die er bij haar opkomt is wie er nu eigenlijk het eerst een broodje uit de mand zal nemen, want ze sterft zowat van de honger, Lena. Of is het van de zin? Want de broodjes ’s zaterdags zijn honderd keer lekkerder dan het gesneden brood in de week.
Moesten ze nu zonodig op zaterdag met zoiets aankomen, denkt Lena. Zaterdag is broodjesdag, niet moeilijke-dingen-dag. En op zaterdag is er ook nog eens zoveel tijd. Zoveel tijd om na te denken over een zin die ze niet echt begrijpt en over vragen die ze niet heeft. Haar maag gromt.
‘Waar gaat papa naartoe?’ vraagt Stef ineens. Hij likt een snor van melk weg.
Waarom kom ik niet op die vraag? Denkt Lena. Ik ben toch elf en Stef pas zeven?
‘Gewoon’, zegt mama.
Gewoon, denkt Lena. Wat een stom antwoord!
‘Ga je naar de hut?’ wil Stef weten. Zijn ogen schitteren. ‘Ja, je gaat natuurlijk naar de hut’, antwoordt hij zelf, omdat papa dat niet doet.
De hut in het Buitenbos. Papa gaat er een paar keer per week en ieder weekend heen. En de laatste tijd nog vaker. Soms blijft hij er ook slapen.
Daar ontwaken de vogels nog vroeger dan hier, heeft hij een keer gezegd. Dan blijf je maar beter slapen.
‘Joepie! Naar de hut!’, roept Stef.
Af en toe gaat Stef mee naar het Buitenbos. Dat vindt hij haast net zo leuk als voetballen, ook al moet hij er muisstil zijn.
Papa neemt een broodje en snijdt het doormidden. Dan kijkt hij naar mama. Hij legt het mes geluidloos op het bord. Iets wat Lena nooit lukt, hoe vaak ze het ook probeert.
‘Ik kan inderdaad eerst een tijdje naar de hut gaan’, zegt hij. Hij plukt een kruimeltje van de tafel en stopt het tussen zijn voortanden.
Mama knikt.
Lena haat het dat zij geen vragen weet en Stef wel. En wat ze nog meer haat is dat hij blijkbaar ook de antwoorden weet.
‘Maar je kunt niet mee, Stef’, zegt papa. Hij kijkt Stef niet aan.
‘Dan ga ik wat ballen trappen’, antwoordt Stef. Hij schuift van zijn stoel en loopt weg. Lena vindt het zielig en ze weet niet waarom.
Vandaag lijkt het of ze niks weet.
Lijkt
Vandaag
Het
Ze
Alsof…
Lena vloekt in zichzelf. Ze neemt een broodje en hapt er een veel te groot stuk uit dat ze nooit helemaal in haar mond krijgt. Ze voelt zich een kleuter. Ineens.
Dun! wint in 2007 een boekenwelp:
Flaptekst én fragmentje:
Dit is de flaptekst:
Fee wil zich volvreten en liefst zo snel mogelijk. Geen betere plek dan de stad om te slagen in haar plan. ze laat er zich op sleeptouw nemen door een gids op vier poten, een jonge ober, de eenzame Herman, de stille visser Pim en zijn bijdehante zus Celine. Maar nog het meeste steun vindt Fee bij haar moeder die, al is ze dan dood, haar toch blijft waarschuwen voor de gevaren van de grote stad.
Maar wanneer Fee weer eens blind en doof is geweest voor die waarschuwingen en bovendien tot de verkeerde Jezus heeft gebeden, blijft haar moeder weg. Hét moment voor Fee om te vertellen wat er voor gezorgd heeft dat ze uitgerekend hen, die ze het liefste heeft, een lesje wil leren: haar vader en zijn Li Jun fucking Chan, haar hartsvriendin Pie (en dan vooral hatelijke Hadewijch!) en haar eigen Hendrik.
én waarom ze nooit of nooit meer dun wil zijn
'Hoor je de vliegtuigen?' vroeg Celine.
'Ja.'
'Hier vlak boven zetten ze hun landing in', zei ze trots.
'Ooit crasht er misschien een, net boven jullie huis', zei ik. Het was eruit voor ik het goed besefte.
'Laat het ons hopen', zei Celine.
fragment: pag. 12/13
Douchegedachte / ontbijtbuffet
Om zes over halfacht werd ik wakker. Mijn benen waren stijf van het lopen. Zelfs in mijn slaap liep ik nog. Ik had gedroomd over een gigantische braadkip met papieren kroontjes, die als een komeet op de aarde afstevende.
Voor ik uit bed kwam, dacht ik na over de avond ervoor. Ik had een medium friet, twee burgers, een beker cola, achttien langoustines, kreeftensaus, een Frans brood en een glas witte wijn op. De man van het hotel vroeg niet naar mijn identiteitskaart. Ik checkte in onder een valse naam, een vals adres en een valse leeftijd. Ik kreeg de sleutel van kamer zestien op de tweede verdieping. Ik vroeg of ik me misschien ergens kon wegen. De man dacht eerst dat het een grapje was. Hij lachte dwaas. Toen hij aan mijn gezicht kon zien dat ik het meende, zei hij dat hij alleen maar een keukenweegschaal had waarop je maximum drie kilo kon wegen, maar dat ik het wel eens mocht proberen. Hij boog zich over de balie en bekeek me geamuseerd van mijn voeten tot mijn kruin. Ik schold hem niet uit want ik wilde wel slapen. Hij vroeg of ik ontbijt wilde en ik antwoordde ‘natuurlijk’, waarop hij zei dat het ontbijt de belangrijkste maaltijd van de dag was. Waarop ik dan weer zei dat mijn moeder me dat al honderdduizend miljoen keer had gezegd. Hij moest lachen om het getal en zei dat mijn moeder dan wel een erg verstandige dame moest zijn. Ik antwoordde dat ze dood was, kanker, verzon ik. Hij gaf me de sleutel en wenste me goedenacht.
Onder de douche dacht ik aan mijn pa en aan Li Jun Chan. Ik dacht gewoon aan hen. Ik bedoel, er gebeurde niets. Ik zag hun gezichten, niet hun lichamen. En ik dacht ook aan Hendrik. Dat hij mij belde, dat mijn pa opnam en Hendrik vroeg of ik er was omdat hij me wilde vragen hoe lang ik nog boos op hem bleef. Mijn pa kwam op mijn kamerdeur kloppen en na de gebruikelijke twintig seconden wachten stak hij zijn hoofd naar binnen. Tegen Li Jun Chan zei hij dat ik er niet was en dat mijn bed er onbeslapen uitzag. Zij antwoordde dat ik misschien bij Pie was gaan slapen (het uitspreken van de naam van mijn vriendin bezorgt haar een ongelooflijk machtig gevoel). Mijn pa zei tegen Hendrik dat ik bij Pie was blijven pitten en Hendrik haakte in. Nog voor Hendrik naar Pie kon bellen, waar Hadewijch de telefoon opnam, zette ik de douche en mijn gedachten uit.
Ik bekeek mezelf in de spiegel boven de wasbak, van mijn heupen tot mijn hoofd. Je kon niet zien dat ik gisteren gegeten had wat ik nog nooit in mijn hele leven op één enkele avond gegeten had.
Uit mijn handtas pakte ik een schone onderbroek. Ik keek naar de binnenkant van de onderbroek die ik aanhad, deed die uit en hield ze tegen het licht van de badkamerspiegel. Ik gooide ze in de pedaalemmer naast de wc. Dat vond ik haast spannender dan mijn hele verdwijning.
Op de eerste verdieping kon ik ontbijten. Op de trap overwoog ik meteen naar het station te gaan. Ik zou daar wel een broodje kopen. Ik kon het niet laten om toch even door de deur van de ontbijtzaal te gluren. Er zaten vijf mensen aan drie tafeltjes. Twee, een, een, een. In dit hotel mocht je eenzaam eten. Het ontbijtbuffet nam anderhalve muur in beslag. Je hoorde links bij de broodjes te beginnen om bij de gebakken eitjes en spek aan de rechterkant te eindigen. Er stonden drie verschillende soorten jam, hagelslag en chocoladepasta, gesuikerde koeken, donuts, cornflakes, yoghurt, fruit en honing. Ik nam overal wat van en had twee borden nodig. Niemand keek naar me. Ik koos een tafeltje voor twee en zette de borden zo neer dat het leek of er straks iemand bij me zou komen zitten. Ik verzon voor een ogenblik dat dat Hendrik zou zijn. Daarna Pie, zonder Hadewijch. Ik hield het bij mama. Aan wat fruit had ze genoeg, zei ze. Ik at alle andere dingen op.
Anderhalf uur later stond ik in de vertrekhal van het station. Mijn buik deed zeer. Alles vocht binnen in mij. Ik besloot nog een dag te blijven.
'Mijn vader zegt dat wij levens redden' op het witte doek!
Het met de Prijs Knokke-Heist Beste Jeugdboek 2004 bekroonde Mijn vader zegt dat we levens redden, van Do van Ranst, zal binnenkort ook op het witte doek te bewonderen zijn! Er staat namelijk een filmversie van het populaire jeugdboek op stapel bij het Rotterdamse productiehuis Revolver. Op dit moment wordt druk gewerkt aan het scenario, in nauwe samenwerking met de auteur zelf. De opnames zijn gepland voor het najaar van 2006.
Zo treedt Do van Ranst toe tot het selecte clubje van Vlaamse jeugdauteurs die hun werk verfilmd zagen.
vertalingen!!!
Dat de boeken van Do van Ranst populair zijn bij lezers en goed onthaald worden in de Vlaamse en Nederlandse pers, was al bekend. Mijn vader zegt dat we levens redden lijkt nu ook voor zijn internationale doorbraak te zorgen! De belangrijke literaire Duitse uitgeverij Carlsen tekende onlangs een contract voor de Duitstalige uitgave van dit boek, voor zijn laatste boek, Ravenhaar, én nam een optiebeding op het toekomstige werk van Van Ranst.
Dina opnieuw in de spotlights in 'hoge hakken en een hoed'
Do van Ranst heeft ondertussen trouwens niet stilgezeten. Vorig najaar kwam het derde Dinaboek uit: Hoge hakken en een hoed. De uit Een pruik en paarse lippen bekende Dina krijgt ditmaal een rol in een theaterstuk dat speelt in de grote Stadsschouwburg.
![]()
|