
In 2004 wint Do Van Ranst 2 jeugdboekenprijzen, en dit in 1 week tijd: voor 'Mijn vader zegt dat wij levens redden', wint hij de Prijs Knokke-Heist en meteen daarop voor Mijn hondenjongen de Vlaamse Kinder- en Jeugdjury! Met deze titel won hij in 2003 de Provinciale prijs Letterkunde voor Jeugdliteratuur.
Begin 2006 wint 'Ravenhaar' een boekenwelp (zie elders op deze site!)
Mijn Hondenjongen gaat over Bloem en Vicky. Moeder en dochter. Twee vriendinnen ook. Ze gaan in een droomhuis aan zee wonen. Eerst herontdekken ze elkaar weer na enkele moeilijke jaren. Later leren ze elk een man kennen. Bloem leert Kerel kennen. Een nukkige, ietwat sombere jongen die vroeger in het huis aan zee woonde en beter met honden dan met mensen opschiet. Vicky ontmoet Ralf. Een charmante, niet onaardige arts die bijna Kerels stiefvader was. Wat is er tussen Kerel en Ralf gebeurd dat het voor zoveel spanningen tussen Bloem en Vicky zorgt? En wat hebben die grote, zachte honden ermee te maken? 'De afdruk van een poot', zei Kerel. 'Wat?' 'Op mijn buik', zei hij. 'Ik zag je naar mijn tatoeage kijken.' 'O...', deed Bloem. Ze voelde haar wangen warm worden. 'Kijk maar', zei Kerel. Hij maakte zijn rug hol en legde een vinger onder de tatoeage. 'Best mooi', zei Bloem. Ze zag de inktzwarte kussentjes van een hondenpoot en de afdruk van nagels. En ze zag zijn navel en buikspieren, die zich lichtjes aftekenden. 'Je houdt wel heel erg van honden', zei Bloem. 'Ze maken me rustig', zei Kerel.
|